http://www.theresiakerkborne.nl
Pastoraal team


Het pastoraal team van de HH. Jacobus en Johannes bestaat uit:
Priester Zygfryd Nowara
 
Pastoraal Werkster Carla Roetgerink
 
-.-.-
Keert tot Mij van ganser harte.
Keert tot Mij terug, van ganser harte, scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij en barmhartig, vol liefde. Blaast de bazuin op Sion, kondigt een heilige vastentijd af, roept een plechtige bijeenkomst bijeen. "Keer tot Mij terug, van ganser harte." Joël 2:12-17 Spreekt God tot ons aan het begin van de Veertigdagentijd. Tijd waarin we ons voorbereiden op Pasen, op de
verlossing die God ons schenkt in de dood en de verrijzenis van Jezus Christus. In zijn oneindige goedheid voor de mensheid, wil God ons over de zonde en de dood heen tillen. 
Keert tot Mij terug, van ganser harte
 
Aan het begin van de boete- en vastentijd klinken geen woorden van veroordeling; geen overmatige nadruk op onze zondigheid. Geen afwijzing in de zin van: 'Ga uit Mijn ogen.' Neen, het eerste wat God ons zegt is: "Kom terug"; op een hartelijke wijze Keert tot Mij terug, van ganser harte. Woorden van troost voor ieder die ze nodig heeft.

En Sint Paulus voegt daar nog aan toe: "Vandaag is de dag van het heil; nu is het de gunstige tijd." Bedenken we ons niet langer en grijpen we de kans die ons geboden wordt aan. Onze God staat ons met open armen op te wachten.Maar met woorden alleen komen we er ook niet. We kunnen om vergeving vragen als we iets gedaan hebben waar we niet zo trots op zijn. En dat moeten wij ook oprecht doen. In de menselijke sfeer doen we dat ook. We zeggen 'sorry' of 'neem me niet kwalijk'. Maar woorden zijn slechts het begin van een omkeer van je hele persoon. Van ganser harte betekent namelijk dat je helemaal, met je hele ‘ik' mag terugkeren tot God. En daar horen ook daden bij, uiterlijke tekens van je innerlijke houding. Als we ons willen omkeren en afkeren van wat achter ons ligt dan hebben we daar drie belangrijke hulpmiddelen voor.
 
- Meer toeleg op het gebed, meer van hart tot hart met God in gesprek gaan; als vrienden onder elkaar spreken over alles wat je bezig houdt; Je laten inspireren door wat God je te zeggen heeft in Zijn Woord in de heilige Schrift en vooral door zijn Zoon.
- Ten tweede: een grotere aandacht voor de liefde tot de naaste; eigen omkeer heeft namelijk ook zijn uitwerking op hoe we met elkaar omgaan en elkaar zien; naastenliefde betekent dat de vreemde of onbekende vanzelf je broeder of zuster wordt, dat hij of zij ook een kind is van God.
- En het derde middel is een grotere trouw aan de Sacramenten; In de Sacramenten ontmoeten we namelijk onze God die zich volledig aan ons geeft in Zijn Zoon Jezus Christus.
 
De twee belangrijkste ontmoetingen - vooral in deze veertigdagentijd zijn:
- de ontmoeting met God in de Eucharistie, waarin Jezus zelf ons voedsel wordt en
- de ontmoeting in het Sacrament van vergeving, waarin God ons in Zijn armen sluit en ons van harte vergeeft en een nieuwe kans biedt
 
Moge we aldus deze voorbereidingstijd op Pasen zien en beleven als een tijd van Godsontmoeting en versteviging van onze onderlinge band. De profeet Joël zegt: Scheur uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij en barmhartig.

Het gaat niet om uiterlijk vertoon, maar om een innerlijk proces van bekering. Het gaat niet om verandering van de wereld buiten ons, maar de wereld in ons. Dat gaat diep, omdat het een heroriëntering is van de totale mens, dus meer dan een snoepje of koekje minder eten. Hier komt ook vaak de bedenking: we zijn al zo dikwijls aan de vasten begonnen. Wat is er veranderd? Zolang we telkens weer herbeginnen uit liefde tot Hem zijn we op de goede weg.Daartoe willen ons de boetvaardige gebruiken van de Veertigdagentijd in het bijzonder aanmoedigen en aanzetten.
 
Uw team, Carla Roetgerink, pastoraal werkster en Zygfryd Nowara, priester
 
 
-.-.-
EVEN VOORSTELLEN… Priester Zygfryd Nowara. JEUGD IN POLEN Op zondag 2 februari 1958, op Maria Lichtmis, ben ik geboren. In Pyskowice, een klein stadje in Zuid-Polen, zag ik het eerste levenslicht. Ik heb één zus die twee jaar jonger is dan ik. Mijn vader werkte vroeger in de ijzerindustrie en mijn moeder deed het huishouden. Mijn ouders ben ik zeer dankbaar en ik voel me geestelijk door hen gesterkt. Van jongs af aan ben ik al bij de kerk betrok¬ken geweest. Ik was misdienaar, lector, acoliet en actief in de liturgische werkgroep. Ik zat in een muziekensemble die de liturgische vieringen voor jongeren onder-steunde. Ik bespeelde de gitaar, wat ik trouwens nog steeds graag doe. Ik deed veel aan sport: zwemmen, fietsen, hardlopen, judo en karate. Ook boeken lezen en informatica hadden mijn belangstelling. Ik ben mechanica gaan studeren aan de technische universiteit en heb als ingenieur ook een jaar in de steenkolen-mijn (afdeling mechanisatie) gewerkt. Ik was 28 jaar toen ik op het priesterseminarie theologie ging studeren. De beslissing om priester te worden is in de loop van de tijd gegroeid. Ik was steeds meer betrokken geraakt bij de kerk. Wel hoorde ik steeds een zachte roepstem, maar ik dacht bij mezelf: “er zijn natuurlijk ook andere mogelijkheden om je in te zetten voor Jezus Christus en Zijn Kerk.” Echter, naarmate ik mij meer inzette in de parochie hoorde ik steeds meer die zachte stem in mijn hart. De roeping groeide in mij tot een radicale navolging van Christus, met inzet van héél mijn leven. NAAR NEDERLAND In 1997 ben ik vanuit Polen als priester naar Nederland gekomen. Dat was geen grote verrassing. Al tijdens mijn priesterstu¬die leerde ik jongeren uit Denekamp kennen die in Polen op va¬kantie waren. Ik ging wel eens bij hen op bezoek. Na mijn priesterwijding ging ik ieder jaar op vakantie bij een vriend van mij, die als priester in Dedemsvaart werkte. Ik concelebreerde daar altijd de eucharistie. Zo kwam ik ook in contact met mensen in Dedemsvaart, Slagharen, Hardenberg en De Belte. O.a. deze mensen vroegen mij of ik naar Nederland wilde komen. “We hebben priesters nodig” hoorde ik bij elk gesprek. Het land en de mensen kende ik al, dus het was voor mij niet zo moeilijk om ‘ja’ te zeggen. En dankzij kardinaal Simonis is het tot stand gekomen. Ik heb eerst een toerustingcursus in Dijnsel-burg gevolgd. Door het contact met de mensen en door studie leerde ik de taal. Ik heb in Dijnselburg heel veel geleerd, met name bijvoorbeeld van professor Abbink over de kerkgeschiedenis. Vicaris Vermeulen kon veel vertellen over het bisdom. Het was een goede tijd. Daarna heb ik mijn pastorale ervaring opge-bouwd in Apeldoorn en later in het parochieverband Overbetuwe. Vervolgens in het parochieverband IJsseldelta (Zwolle, Kampen, Hattem,Hasselt, IJssel-muiden) en in september 2011 ben ik naar Borne gekomen. PASTORAAT De rode draad is het contact met de mensen en met God. In het contact met de mensen ontmoet je ook God. In het pastoraat is er een verticale en een horizon-tale dimensie. Ik ben er voor de mensen, daarom is het belangrijk dat ik vooral goed luister. En het is tegelijkertijd goed om in verbondenheid te mediteren, gesprekken te voeren, te bidden, de eucharistie te vieren. Christus heeft op het kruis met zijn uitgestrekte handen ons allen omarmd, niemand uitgezonderd. De Poolse aartsbisschop Alfons Nossol heeft het zo mooi gezegd in het kader van de oecumene, bij een gesprek tussen katholieken en lutheranen. Hij zei: “Als wij allemaal, trouw aan onze eigen traditie, proberen op het kruis Jezus’ voeten te omarmen, dan omarmen wij elkaar, dan zijn wij één.” Mensen zijn op zoek naar verbondenheid met God, het persoonlijk contact met Hem. Het is gebaseerd op het vertrouwen in de relatie met Jezus en de sacramenten. Ikzelf ben erdoor gegroeid, rijker van geworden. Mijn hart ligt bij de liturgie en bij de gezinnen, waar geloof en waarden worden doorgegeven. Daar ligt de toekomst van de maatschappij, daar ligt ook de toekomst van onze Kerk. Bij gesprekken komt vaak de vraag naar voren of ik heimwee heb. Ik voel me hier thuis. Een priester werkt nooit dicht bij huis. Nu ik in Nederland werk is alleen de afstand groter. Veel verschil is er verder niet. Als priester ben je namelijk de boodschapper van Jezus en dan maakt het niet uit waar je werkt. De mensen zijn overal hetzelfde, je komt ze overal tegen in vreugde en ver-driet. Als priester wil ik openstaan voor de mensen, weten wat hen bezighoudt, wat hen drijft. Groeten en Gods zegen voor u en al uw dierbaren. Zygfryd Nowara, priester